Academisch

Hieronder staan al mijn academische publicaties (meestal in peer reviewed tijdschriften). Bij artikelen die open access beschikbaar zijn, staat de link vermeld. Neem voor het opvragen van artikelen die niet open access beschikbaar zijn gerust contact op via het reactieformulier elders op deze website.

Artikelen

‘Objectivity, impartiality and political commitment in French 19th century historiography. Gabriel Monod and the Dreyfus Affair’, te verschijnen, History of Humanities, 2018.

Samen met Pieter Huistra, Sarah Keymeulen en Herman Paul: ‘Virtue Language in Historical Scholarship. The Cases of Georg Waitz, Gabriel Monod, and Henri Pirenne’, History of European Ideas, 42-7 (2016), p. 924-936, DOI: 10.1080/01916599.2016.1161536. (Helaas alleen beschikbaar met een abonnement en opvraagbaar bij de auteurs.)

Historians of historiography have recently adopted the language of ‘epistemic virtues’ to refer to character traits believed to be conducive to good historical scholarship. While ‘epistemic virtues’ is a modern philosophical concept, virtues such as ‘objectivity’, ‘meticulousness’ and ‘carefulness’ historically also served as actors’ categories. Especially in the late nineteenth and early twentieth centuries, historians frequently used virtue language to describe what it took to be a ‘good’, ‘reliable’ or ‘professional’ scholar. Based on three European case studies—the German historian Georg Waitz (1813–86), his French pupil Gabriel Monod (1844–1912) and the Belgian historian Henri Pirenne (1862–1935)—this article argues that such virtues cannot neatly be classified as ‘epistemic’ ones. For what is characteristic about virtue language in historical scholarship around 1900 is an overlap or entanglement of epistemic, moral and political connotations. The virtues embodied by, or attributed to, Waitz, Monod and Pirenne were almost invariably aimed at epistemic, moral and political goods at once, though not always to the same degrees. Consequently, if ‘epistemic virtues’ is going to be a helpful category, it must not be interpreted in a strong sense (‘only epistemic’), but in a weak one (‘epistemic’ as one layer of meaning among others).

‘Les obsèques de Jules Michelet et la formation de l’identité estudiantine sous la Troisième République’, Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis / Revue Belge de Philologie et de l’Histoire, 92/4 (2014), p. 1151-1172.

Op 18 mei 1876, twee jaar na zijn dood, werd Michelet begraven op het kerkhof Père Lachaise te Parijs. De ceremonie trok veel belangstellenden, waaronder enkele republikeinse politieke leiders. Het feit dat de republikeinen twee maanden voordien een belangrijke verkiezingsoverwinning behaald hadden, maakte dat de begrafenis het karakter kreeg van een overwinningsmanifestatie. Maar de studenten uit het quartier latin maakten het grootste deel van de aanwezigen uit. In dit artikel wordt betoogd dat de publieke begrafenis van Michelet de eerste grote studentenmanifestatie in Parijs sinds 1848 was. Deze ceremonie bood de studenten de gelegenheid zich reeds op te werpen als een sociale groep met een eigen groepsidentiteit op een moment dat de inrichting van het universitaire onderwijs de vorming van daarvan nog belemmerde.

‘Vaderfiguren in de historiografische canon. De casus Jules Michelet’, Tijdschrift voor Geschiedenis, 127/1 (2014), 21-40.

Jules Michelet heeft een onbetwiste plaats in de canon van grote historici van Frankrijk sinds de negentiende eeuw. In dit artikel wordt de werking van het ‘canoniseringsproces’ van grote historici onderzocht aan de hand van de casus van Michelet. Waarom werd Michelet als een vader beschouwd door jongere generaties historici die niet door hem waren opgeleid en die intussen een totaal andere geschiedbeoefening voorstonden dan hijzelf?

‘« Histoire, mémoire de l’humanité. » L’influence de Bergson sur la conception de l’histoire et celle de la mémoire de Péguy’, L’Atelier du Centre de Recherches Historiques, 7 (2011).

Recensies en klein werk

‘Een poging het bekende verhaal over de Annales te doorbreken’, Recensie van: Joseph Tendler, Opponents of the Annales School, Basingstoke: Palgrave Macmillan, 2013, Tijdschrift voor Geschiedenis, 127/3 (2014), 496-497.

Recensie van: I. Noronha-DiVanna, Writing History in the Third Republic, Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars Publishing, 2010, French History, 27/1 (2013), 140-141.

‘Michelet, vader van de Franse geschiedschrijving. Interview met Camille Creyghton door Irene van der Wal’, Skript historisch tijdschrift, 33/3 (2011), 177-178.

Recensie van: J. Tollebeek en H. te Velde red., Het geheugen van de Lage Landen, H.L. Wesseling e.a. red., Plaatsen van herinnering en J. Tollebeek e.a. red., België. Een parcours van herinnering, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, 125/4 (2010), 112-114.