De opschorting van het Britse parlement: een sluipende coup?

Een analyse met David Runciman

Wanneer wordt een serie ongebruikelijke politieke gebeurtenissen een coup? Die vraag dringt zich op nadat de Britse premier Boris Johnson op 28 augustus aankondigde het Britse parlement tot 14 oktober te willen schorsen, en dus de komende anderhalve maand te regeren zonder parlementaire controle.

Die periode zou voor tegenstanders van een ‘no-deal’ Brexit de laatste gelegenheid hebben geboden dit doemscenario via parlementaire weg te proberen af te wenden. Voor het eindresultaat zal het wellicht geen verschil maken, aangezien no-dealtegenstanders nog altijd moeite hebben een gezamenlijke strategie te definiëren, geen plan hebben voor wat dan wel (uittreden met akkoord of blijven), en het Verenigd Koninkrijk op 31 oktober automatisch uit de EU valt zolang er geen alternatief is. Desondanks is Johnsons aankondiging ingrijpend in een land waar parlementaire soevereiniteit heilig is.

De manoeuvre staat niet op zichzelf, maar volgt op een serie ontwikkelingen die elk afzonderlijk tot wenkbrauwgefrons leidden, maar die niemand kon of wilde tegenhouden. En niemand weet waar het eindigt. Allereerst was er de wijze waarop Johnson premier werd, met een verkiezing tot Toryleider door de slechts 160.000 leden van die partij, die niet in het minst een afspiegeling vormen van de Britse samenleving. Hierna volgde de ongebruikelijk hardhandige herschikking van de ministersploeg, waarbij iedereen die aarzelingen toonde over het no-dealscenario moest vertrekken. Het geheel had iets weg van een zuivering.

Bovendien kreeg de ongekozen politiek strateeg Dominic Cummings een hoofdrol. Deze voormalig Vote-leave-campagneleider weigerde in maart nog te verschijnen voor een parlementaire commissie die fakenieuws tijdens de referendumcampagne onderzocht. Het Lagerhuis oordeelde daarop dat Cummings zich schuldig maakte aan “minachting van het parlement”, een verdict dat in vroeger tijden tot gevangenisstraf of geldboetes kon leiden, maar inmiddels tot tandeloze symboliek verworden is. In een recent vraaggesprek stelde de voorzitter van de betreffende parlementaire commissie, Tory-Lagerhuislid Damien Collins, dat Cummings om die reden niet tot speciaal adviseur van de premier benoemd had mogen worden.

Bij geen van deze gebeurtenissen zijn wetten overtreden. Hooguit kan gezegd worden dat ze niet goed te rijmen zijn met het corpus van gewoontes en gebruiken die het Britse staatsbestel uitmaken. Een geschreven grondwet is er niet, en dus is er ook geen duidelijk moment aanwijsbaar waarop die geschonden is.

Coups associëren we met gewapende overnames van regeringscentra en rellen op straat. In het vakantievierende Verenigd Koninkrijk niets van dat al. Het parlement is nog op reces. De loomheid van de afgelopen hittegolf van hangt nog op straat. Mensen doen gewoon hun boodschappen, turen in de metro op hun smartphone en liggen in het park. De demonstraties van een handvol Brexitadepten en -tegenstanders op het veldje tegenover Westminster Palace zijn er al maanden en zijn niets bijzonders meer.

De politicoloog David Runciman van Cambridge University stelde in 2018 in een lichtvoetig geschreven maar ondertussen tamelijk verontrustend boek onder de titel How Democracy Ends dat Westerse democratieën tegenwoordig meer te vrezen hebben van langzaam verval en ondermijning van instituties dan van “ouderwetse” staatsgrepen. Volgens hem komen ze doorgaans niet meer aan hun eind met een gewelddadige catastrofe, maar door te veranderen in zombies die onvoldoende machtig zijn om maatschappelijke problemen van een antwoord te voorzien en onvoldoende weerbaar tegen ongemerkte overname door particuliere belangen. Nu is de Britse democratie tamelijk sterk en heeft die al heel wat doorstaan in de afgelopen eeuwen. Maar juist die gedachte kan ook tot een zelfgenoegzaamheid leiden die blind kan maken voor wat er eigenlijk gebeurt.

Het is te hopen dat het parlement manieren vindt om deze sluipende uitholling van zijn soevereiniteit, en daarmee de Britse democratie, een halt toe te roepen. Anders moeten we misschien over een maand of wat concluderen dat zich ergens in de loop van de zomer van 2019, zonder dat we het doorhadden of er iemand ingreep, een coup voltrokken heeft.